De leeftijdsgrens van 12 jaar

In Nederland is het nu zo dat in familiezaken waarin een minderjarig kind van 12 jaar of ouder is betrokken, de rechter niet eerder kan beslissen dan nadat de minderjarige in de gelegenheid is gesteld zijn/haar mening kenbaar te maken. Deze leeftijdsgrens is in de wet opgenomen. Kinderen vanaf 12 jaar hebben een hoorrecht.

Een veelgehoord misverstand in de praktijk is dat kinderen van 12 jaar en ouder zelf mogen beslissen of ze bijvoorbeeld bij hun vader of hun moeder willen wonen na de scheiding. Dit is echter niet juist. Het is niet aan het kind om hier een beslissing over te nemen, maar de mening van het kind speelt naar mate het kind ouder wordt wel een steeds belangrijkere rol. Het is hierom dat de rechter een kind uitnodigt om met de rechter te komen praten. Als het kind niet zelf met de rechter wilt praten, mag hij/zij ook een brief sturen.

In beginsel worden jongere kinderen in Nederland niet uitgenodigd door de kinderrechter voor een kindgesprek. In de praktijk lijkt hier echter beweging in te komen. De laatste jaren wordt de stem van het kind dat jonger is dan 12 jaar in toenemende mate van belang geacht. Dient de leeftijdsgrens in de wet aangepast te worden?

Ontwikkelingen in Nederland

De staatscommissie Herijking ouderschap heeft onderzoek gedaan naar diverse vraagstukken rond juridisch ouderschap en daarbij o.a. gekeken naar de rol van de maatschappelijke ontwikkelingen en of, en zo ja welke, veranderingen in regelgeving wenselijk zijn. Daarbij heeft de commissie ook gekeken naar het recht van een kind om gehoord te worden. De Staatscommissie heeft geadviseerd kinderen vanaf 8 jaar actief in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord in procedures.

Dit advies wordt in de praktijk gezien als een eerste stap in de goede richting. Er zijn ook stemmen voor afschaffing van de leeftijdsgrens voor het horen van kinderen in procedures die hen aangaan. Afhankelijk van de rijpheid van het kind zouden minderjarige in de gelegenheid moeten worden gesteld om te worden gehoord. Uiteraard moet een kind wel goed worden voorbereid op een gesprek met een rechter. Daarnaast zal er dan geïnvesteerd moeten worden in deskundigheid op dit terrein en in een veilige gespreksomgeving.

De rechtbank Amsterdam heeft het advies van de staatscommissie en de maatschappelijke ontwikkelingen opgepakt. Met ingang van 1 juni 2017 is de rechtbank een pilot gestart, waarin in zaken over uithuisplaatsing, omgang, hoofdverblijf en verhuizing kinderen van 8 tot en met 11 jaar een brief krijgen. In deze brief wordt aan de kinderen uitgelegd dat zij met de kinderrechter mogen praten over de procedure die in behandeling is. Als het kind dat wil dan wordt hij/zij uitgenodigd voor een kindgesprek. Een kindgesprek is altijd buiten de aanwezigheid van de ouders.

Opvallende uitspraak

Een opvallende uitspraak over dit onderwerp betreft een uitspraak van een rechter in Duitsland (van het Amtsgericht Celle (D) d.d. 28 juni 2017, zaaknummer 23F 23079/17 KH). In deze uitspraak stond het hoorrecht van een kind van 5 jaar centraal.

De moeder kreeg van de rechtbank in Nederland vervangende toestemming om met de minderjarige te verhuizen naar Duitsland. Na deze uitspraak vertrok de moeder, ondanks dat de vader in hoger beroep ging. Het gerechtshof vernietigde de beschikking van de rechtbank en oordeelde dat moeder en kind terug moesten verhuizen naar Nederland. De moeder weigert echter uitvoering te geven aan deze uitspraak nu zij woonachtig is in Duitsland. De vader heeft zich gewend tot de rechter in Duitsland en verzocht om de beschikking van het Nederlandse gerechtshof in Duitsland uitvoerbaar te verklaren. Het verzoek van de vader wordt afgewezen, kort gezegd omdat de beslissing van de Nederlandse rechter niet voldoet aan de procesrechtelijke beginselen van het Duitse familierecht. In Duitsland zou het kind van (toen) 5 jaar namelijk in de gelegenheid zijn gesteld om zijn mening kenbaar te maken. Nu dit in Nederland niet was gedaan, voldeed de uitspraak van de Nederlandse rechter niet aan de Duitse beginselen. De rechter weigerde om die reden de beschikking van de Nederlandse ten uitvoer te leggen.

Als men te maken heeft met een vergelijkbare kwestie kan het derhalve van belang zijn om de rechter in Nederland te verzoeken om het (veel) jongere kind al in de gelegenheid te stellen om zijn/haar mening kenbaar te maken.

Conclusie

Uit het vorenstaande blijkt dat het hoorrecht van een minderjarige kind een belangrijk recht is en dat de leeftijdsgrens voor het horen van kinderen lijkt te verschuiven. Het zal mede afhankelijk zijn van de resultaten van de pilot van de rechtbank Amsterdam of kinderen jonger dan 12 jaar vaker door de kinderrechters gehoord zullen worden.